Gevaarlijke stoffen

Werknemers in de platte dakensector kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. 
Er zijn twee soorten gevaarlijke stoffen. Ten eerste zijn dit producten die in een verpakking zitten en zijn voorzien van een etiket met een gevarensymbool. 

 

Afb gevaarsymbolen

Voorbeelden van producten met een gevarensymbool zijn spuitbussen met purschuim, lijmen, kitten, koude kleefstoffen, chemische ankers, lasvloeistoffen. 

 

Naast de producten in een verpakking, komen gevaarlijke stoffen ook vrij tijdens het proces. Deze stoffen worden ook wel ‘stoffen zonder eigenaar’ genoemd, omdat ze niet in een fabriek zijn gemaakt. Het zijn ongewenste bijproducten. Bij de dakdekkers zijn dit bijvoorbeeld kwartsstof bij het boren in beton, het verwerken van grind of het vegen van betonnen daken, houtstof bij bewerkingen van houten daken, vezels van isolatiemateriaal (steenwol, glaswol, cellulair glas), asbestvezels bij het bewerken of verwijderen van asbesthoudend materiaal, schadelijke dampen bij het branden, PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) bij het verwijderen van teerhoudend materiaal, maar ook dieselmotoremissie (DME) van vrachtwagens, generatoren, bobcats, en ander materieel dat op diesel draait. 

Risico en gevaar
Werken met gevaarlijke stoffen is niet altijd een probleem. Er is sprake van een risico als er gewerkt wordt met een gevaarlijke stof én als er voldoende blootstelling is aan die stof. Komt de stof in het lichaam en zo ja, in welke mate? 

Afbeelding mens

Bij werken met gevaarlijke stoffen kunnen stoffen op drie manieren in het lichaam komen, namelijk door: 

  • Inademing;
  • Huidopname of huidcontact;
  • Opname via inslikken.

Inslikken gebeurt meestal indirect door hand-mondcontact: eten, drinken en roken met vieze handen. Dit is een route die bij dakdekkers voorkomt als sanitaire voorzieningen niet op orde zijn of als er geen gebruik van wordt gemaakt.
Huidopname kan direct plaatsvinden, doordat handen, armen en benen vies worden tijdens het werk. Maar indirect is ook mogelijk. Dit gebeurt als mensen met vieze handen andere lichaamsdelen aanraken, zoals het gezicht. Maar ook als men voor het toiletbezoek de handen niet wast.

De hoogte van de blootstelling wordt bepaald door verschillende factoren, zoals: 

  • Het soort bewerking. Bij slijpen komt bijvoorbeeld meer stof vrij dan bij zagen. Een bezem geeft meer stof dan een stofzuiger.
  • Het gebruik van beheersmaatregelen. Een boor met stofafzuiging geeft bijvoorbeeld minder blootstelling dan een boor zonder stofafzuiging. Nat grind geeft minder stof dan droog grind.
  • Bij zwaar werk is de ademhaling dieper en frequenter, waardoor er meer (vervuilde) lucht wordt ingeademd dan bij licht werk.

Effecten
De gezondheidseffecten van gevaarlijke stoffen zijn per stof verschillend. 
Op het etiket en in het veiligheidsinformatieblad (rubriek 2) van producten is met een symbool en met zogenaamde H-zinnen (gevaarszinnen) aangegeven om wat voor effect het gaat. Het veiligheidsinformatieblad is vaak te vinden op de website van de leverancier van het product.
In softwareprogramma’s zoals Toxic, Chemrade en Stoffenmanager zijn de gevaren per product zichtbaar, kunnen vaak de veiligheidsinformatiebladen worden ingezien, en is het mogelijk om een samenvatting van de gezondheidseffecten te zien in werkplekinstructiekaarten. 

Voor stoffen die vrijkomen tijdens het werk zijn de gezondheidseffecten minder duidelijk. Hieronder worden enkele veel voorkomende stoffen en hun effect genoemd.

Gevaarlijke stof Mogelijke gezondheidseffecten (niet uitputtend) Komt vrij bij (niet uitputtend)
Stof (algemeen, onafhankelijk van eigenschappen soort stof) Irritatie ogen, keel en huid, luchtwegproblemen Bewerken pijpmateriaal, plaatmateriaal, isolatiemateriaal.
Houtstof Irritatie van huid, ogen en slijmvliezen, huiduitslag, allergie, kankerverwekkend (hardhout) Verwerken van hout en plaatmaterialen (sparingen, muurplaten, door- en afvoeren)
Respirabel kwartsstof Longfibrose, kankerverwekkend

Boren, slijpen, schuren van uitgehard beton.
Verplaatsen van grind. 

Op maat maken van tegels.

 

Dieselmotoremissie (DME) Oogirritatie, hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten, kankerverwekkend. Uitlaatgas van dieselaangedreven vrachtwagens, generatoren, bobcats et cetera
Vluchtige Organische Stoffen (VOS) Misselijkheid, hoofdpijn, hartkloppingen, hersenschade (schildersziekte). Verwerken van oplosmiddelen (sommige lakken en lijmen)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s) Luchtwegklachten, oogirritatie, kankerverwekkend, mutageen, schadelijk voor de voortplanting en voor het ongeboren kind. In uitlaatgassen, maar ook in teerhoudend materiaal (teermastiek).
Lasrook

(Afhankelijk van het gebruikte/gelaste materiaal)

Irritatie van de luchtwegen, metaaldampkoorts, astmatische bronchitis, keelpijen, oogirritaties, kankerverwekkend, miskramen.

Bij lassen van RVS: kankerverwekkend.

Laswerk.
Diisocyanaten Irritatie slijmvliesen, ogen en luchtwegen, huidaandoeningen, ontstaan van een allergie. Bij bepaalde purschuimen en chemische ankers.
Epoxy’s Irritatie van huid, ogen en luchtwegen, irritatie-eczeem, allergie van huid of luchtwegen. Bij bepaalde lijmen, reparatiemiddelen
Lood Bloedarmoede, maagdarmklachten, nierfalen, schade aan hersenen en zenuwstelsel, schadelijk voor het ongeboren kind, mogelijk schadelijk voor de voortplanting, mogelijk kankerverwekkend Loodstof bij het verwijderen van oude daken, contact met lood bij verwijderen, vervangen en aanbrengen loden afvoeren, afdekkappen, et cetera.

Veiligheidsinformatieblad (VIB)
Van elk product met een gevarensymbool moet een veiligheidsinformatieblad aanwezig zijn (VIB).
De leverancier is wettelijk verplicht om een actueel (minder dan 5 jaar oud), Nederlandstalig en compleet veiligheidsinformatieblad (VIB) te leveren. In dit blad staat de informatie die je nodig hebt om een goede inschatting te maken van het risico. 
De volgende rubrieken uit het VIB zijn in de praktijk het belangrijkst:

  • Rubriek 1: Naam van het product en de fabrikant. Hier staat ook een noodnummer dat in geval van calamiteiten gebeld kan worden.
  • Rubriek 2: De gevaarseigenschappen van het product.
  • Rubriek 3: De samenstelling van het product.
  • Rubriek 4: Eerstehulpmaatregelen.
  • Rubriek 7: Opslag van het product.
  • Rubriek 8.2: Welke beheersmaatregelen zijn nodig tijdens het gebruik.
  • Rubriek 10: Welke stoffen ontstaan bij (o.a.) verhitting en verwerking.

De Arbeidsinspectie heeft een website gemaakt waarmee je kunt controleren of een VIB volledig is. 
Hier kun je ook melding maken van leveranciers die geen of slechte VIB’s aanleveren.
N.B. Het Engelse woord voor VIB is SDS of MSDS (Material Safety Data Sheet).

Inventarisatie en beoordeling
Als er op een werkplek gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen, dan moeten deze worden geïnventariseerd en geregistreerd. Hoe dit gedaan wordt, is niet voorgeschreven. Het bedrijf kan dit doen met softwareprogramma’s zoals Toxic, Chemrade of Stoffenmanager, maar het mag bijvoorbeeld ook in een excel bestand.
Als de inventarisatie en registratie af is, volgt de blootstellingsbeoordeling. Hierin wordt beoordeeld of  sprake is van een veiligheids- of gezondheidsrisico. Bij deze beoordeling wordt de hoogte van de blootstelling vergeleken met de grenswaarde. Deze blootstellingsbeoordeling kan op verschillende manier uitgevoerd worden:

  1. Er zijn veilige werkwijzen vastgesteld. Er is dan al bewezen dat de blootstelling onder de grenswaarde zal zijn als bepaalde beheersmaatregelen worden gebruikt.
  2. De blootstellingsbeoordeling wordt met schattingsmodellen gedaan. Dit zijn computermodellen die de blootstelling in een bepaalde situatie kunnen schatten. EcetocTra, AdvancedReachTool (ART) en Stoffenmanager zijn hier voorbeelden van. Deze modellen zijn opgenomen in softwareprogramma’s als Chemrade en Stoffenmanager.
  3. Er worden metingen uitgevoerd in de werksituatie, waarmee de blootstellingsbeoordeling kan worden uitgevoerd.

Als modellen of metingen gebruikt worden, dan moet de beoordeling als onderdeel van de RI&E worden getoetst door een arbeidshygiënist.
Bij veilige werkwijze is dat niet nodig. In de Arbocatalogus van de Platte daken zijn enkele maatregelen opgenomen die vallen onder een veilige werkwijze. Als deze maatregelen worden genomen bij een bepaalde activiteit, dan is een blootstellingsbeoordeling niet meer nodig. Dat wordt dan expliciet in de Arbocatalogus aangegeven.

Grenswaarden
Voor een aantal stoffen heeft de Nederlandse overheid publieke grenswaarden vastgelegd (wettelijke grenswaarden). Voor sommige gemeten stoffen is geen publieke grenswaarden vastgesteld. In dat geval moet een private (bedrijfseigen) grenswaarde worden vastgesteld. Hieronder staan grenswaarden van enkele veel voorkomende stoffen voor de dakdekkersbranche (Platte daken). Wettelijke grenswaarden zijn te herkennen aan de herkomst ‘Arboregeling’. Daar waar wettelijke grenswaarden ontbreken, zijn voorstellen gedaan voor private grenswaarden. 

CAS-nr Stofnaam Grenswaarde
TGG 8 uur (in mg/m3)
Herkomst Grenswaarde Grenswaarde
TGG 15min (in mg/m3)
Herkomst Grenswaarde
10102-43-9 Stikstofmonoxide 2,5 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIIA; StC 2006,252 (21-08-2018) 5 mg/m3 TRGS 900 / January 2006, version 02-07-2021 (02-07-2021)
10102-44-0 Stikstofdioxide 0,96 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIIA; StC 2006,252 (21-08-2018) 1,91 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIcA; StC 2006,252 (21-08-2018)
630-08-0 Koolmonoxide 23 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIIA; StC 2006,252 (21-08-2018) 117 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIcA; StC 2006,252 (21-08-2018)
- Inhaleerbaar stof 4 mg/m3 DFG 2022, Mitteilung 58 20 mg/m3 TRGS 900 / January 2006, version 23-06-2022
- Respirabel stof 1,25 mg/m3 TRGS 900 (2014/2001) 2,4 mg/m3 DFG 2022, Mitteilung 58
14808-60-7 Respirabel kwartsstof 0,075 mg/m3   Arbo.reg. 4.19 Bijl XIII B1 (met drempel effect); StC2022, 32933 (29-11-2022)      
- Hardhoutstof (hout van bedektzadigen) Ook voor mengsels met hardhout. (inhaleerbaar) mg/m3 Arbo.reg. 4.19 Bijl XIII B2 (met risicobenadering); StC2022, nr. 32933      
- Lasrook (als inhaleerbaar stof) 1 mg/m3 Arbo. reg. 4.19 Bijl XIIIA; StC 2006,252 (04-01-2010)      
- DME (als resp. elementair koolstof) 0,01 mg/m3 Arbo.reg 4.19 Bijl XIII B2-lijst (kankerverwekkend met risicobenadering) (01-07-2020) StC2022, nr. 32933 (13-12-2022)      
65996-93-2 PAK afkomstig van steenkool (als benzo(a)pyreen) 550 nanogram/m3   Arbo.reg 4.19 Bijl XIII B2-lijst (kankerverwekkend met risicobenadering) (01-07-2020) StC2022, nr. 32933       
7440-47-3 Chroom (als inhaleerbaar Cr) 0,5 mg/m3 Arbo. Reg 4.19 Bijl XIIIA; StC 2022, 32933 (29-11-2022) 2 mg/m3 TRGS 900 / Januari 2006, versie 23-06-2022
-

Zink (respirabel)

 

0,1  mg/m3 DFG MAK- und BAT-werte Liste 2023, Mitteilung 59 0,4  mg/m3 DFG MAK- und BAT-werte Liste 2023, Mitteilung 59
- Zink (inhaleerbaar) 2 mg/m3   4 mg/m3  
7439-92-1 Lood (in inhaleerbaar stof) 0,15 mg/m3 Arbo-regeling art. 4.19 Bijl XIII A-lijst (wettelijke grenswaarden) (01-04-2016), StC 2022, nr 32933 0,032 mg/m3 DFG MAK- und BAT-werte Liste 2023, Mitteilung 59
  Glaswol 3 resp. vezel/cm3   Gezondheidsraad 1995/02WGD      
  Steenwol 3 resp. vezel/cm3   Gezondheidsraad 1995/02WGD      

Oplossingen volgens de arbeidshygiënische strategie
Werkgevers moeten de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen volgens de arbeidshygiënische strategie. Dat houdt in dat maatregelen worden genomen volgens een vastgestelde volgorde. Er moet gekozen worden voor een maatregel op een zo hoog mogelijk niveau, tenzij dit redelijkerwijs niet haalbaar is. In het algemeen gelden de volgende niveaus:

  1. Bronaanpak – het gevaar bij de bron wegnemen.
  2. Collectieve maatregelen – maatregelen die het risico voor alle werknemers verlaagt, zoals vaste dakrandbeveiliging waarmee valgevaar voor iedereen beperkt wordt.
  3. Individuele maatregelen – maatregelen die het risico verlaagt voor één persoon (werken in een cabine bijvoorbeeld), maar niet voor alle andere personen.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen.

De werkgever moet eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijsprincipe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. 

Het Arbobesluit gebruikt voor gevaarlijke stoffen andere termen voor de arbeidshygiënische strategie, namelijk STOP:

  1. Substitutie – Vervangen van de stof of kiezen voor een andere methode (bronaanpak).
  2. Technische maatregelen – Blootstelling verminderen door technische maatregelen, zoals afzuiging of afscherming.
  3. Organisatorische maatregelen – Het werk zo organiseren dat de blootstelling per persoon lager is, of minder mensen worden blootgesteld. Voorbeelden zijn taakroulatie en het niet gelijktijdig plannen van werkzaamheden.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen – Als de bovenste drie niveaus niet kunnen of niet afdoende zijn, moet de werkgever gratis persoonlijke beschermingsmiddelen aanbieden, zoals ademhalingsbescherming of gelaatsschermen.

Om eenheid tussen de onderwerpen te bewaren, is in deze arbocatalogus consequent de eerste indeling gebruikt (bron-collectief-individueel-PBM).

Let op!
Het redelijkerwijsprincipe geldt niet voor de zogenaamde bewezen CMR-stoffen. Dit zijn stoffen die kankerverwekkend (C = carcinogeen) zijn, het celmateriaal kunnen veranderen (M = mutageen) en voor stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting of voor het ongeboren kind (R = reprotoxisch). Bij deze stoffen is vervanging verplicht, tenzij dit technisch niet uitvoerbaar is. Economische redenen mogen niet worden aangewend als reden voor een lager niveau van maatregel.

Getoetst door Nederlandse Arbeidsinspectie juli 2025

Uitwerking oplossingen

Oplossing 1 Kies het minst schadelijke product
Bronaanpak (substitutie)

Om het risico van het werken met gevaarlijke producten zo klein mogelijk te maken, wordt gekozen voor de minst schadelijke producten. Bij aanschaf van een product dat voorzien is van een gevarensymbool worden de volgende stappen genomen:

  1. Bij aanschaf van een product met een etiket wordt altijd een veiligheidsinformatieblad aangevraagd.
  2. Als de leverancier geen veiligheidsinformatieblad beschikbaar stelt, wordt het product niet aangeschaft.
  3. Er worden geen producten aangeschaft die één van de volgende zinnen hebben:
    a. H300 Dodelijk bij inslikken.
    b. H310 Dodelijk bij contact met de huid.
    c. H330 Dodelijk bij inademing.
    d. H340 Kan genetische schade veroorzaken.
    e. H341 Verdacht van het veroorzaken van genetische schade.
    f. H350 Kan kanker veroorzaken.
    g. H351 Verdacht van het veroorzaken van kanker.
    h. H360 Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden.
    i. H361 Kan mogelijk de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden.
    j. H362 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding.

Als de bovenstaande producten aantoonbaar niet te vervangen zijn door andere werkmethoden of alternatieve producten, dan wordt schriftelijk vastgelegd, waarom dit zo is. 
 

  1. Er wordt gekozen voor het minst schadelijke product:
    a. De mogelijke alternatieven worden vastgesteld (wat zouden we kunnen gebruiken).
    b. Elk alternatief wordt ingedeeld in een gevaarsgroep, door:
    i. De producten in te voeren in een registratieprogramma dat een gevaarsgroep vaststelt, zoals Chemrade of Stoffenmanager, OF
    ii. Onderstaand tabel te gebruiken:
    1. Ga na welke H-zinnen een product heeft door deze te lezen op het etiket of in rubriek 2 van het VeiligheidsInformatie Blad of in het gebruikte registratieprogramma (zoals Toxic, Chemrade, Stoffenmanager)*.
    2. Zoek per H-zin de bijbehorende gevaarsgroep op door te zoeken in de tabel hieronder.
    3. De slechtste gevaarsgroep bepaalt de gevaarsklasse van het product.
    c. Kies de minst schadelijke gevaarsgroep.

Alle mensen in de organisatie die producten kunnen aanschaffen, kennen bovenstaande vereisten, doordat zij hierover aantoonbaar voorlichting hebben gekregen. 

* In de toelichting onder deze maatregel is meer informatie opgenomen

Schema gevaar

Toelichting:
De wet heeft aanvullende regelgeving voor de zogenaamde CMR stoffen. Dit staat voor kankerverwekkende (of carcinogeen, C), mutagene (M, kan het erfelijk celmateriaal veranderen) en reprotoxische (R, schadelijk voor voortplanting en/of voor het ongeboren kind). 

CMR-stoffen kun je als volgt herkennen: 

  • Op het etiket staat de H-zin (gevaarszin) H340 (kankerverwekkend).
  • Op het etiket staat H350 (mutageen; kan het erfelijk materiaal in lichaamscellen wijzigen).
  • Op het etiket staat H360 (schadelijk zijn voor de voortplanting of voor het ongeboren kind).
  • De stof, het product of het proces staat op de CMR-lijst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 

In programma’s als Toxic, Stoffenmanager en Chemrade zijn CMR stoffen apart gemarkeerd.

De CMR-stoffen mogen niet gebruikt worden of aanwezig zijn in een bedrijf, tenzij het technisch niet anders kan. In dat geval moet dit schriftelijk onderbouwd worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de handreiking van de Nederlandse Arbeidsinspectie. 

Bijgehouden moet worden welke werknemers blootgesteld zijn aan bewezen CMR-stoffen, wat gedaan is om de blootstelling te beperken en hoe hoog de blootstelling was. Werknemers hebben recht op inzage in deze gegevens. Bovendien moeten de lijsten met namen van werknemers en de hoogte van de blootstelling minimaal 40 jaar tot na de laatste blootstelling bewaard blijven. In de praktijk betekent dit dat de gegevens 40 jaar na uit diensttreding bewaard moeten blijven.

Er zijn meer stoffen die als zeer schadelijk gezien worden. Het is daarom de ambitie van de branche om ook producten met één van de volgende H-zinnen te vermijden: 
a. H317 Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
b. H334 Kan bij inademing allergie- of astmasymptomen of ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken.
c. H372 Veroorzaakt schade aan organen.
d. EUH204 Bevat isocyanaten. Kan een allergische reactie veroorzaken.
e. EUH 205 Bevat epoxyverbindingen. Kan een allergische reactie veroorzaken.
f. EUH 208 Bevat <naam van de stof>. Kan een allergische reactie veroorzaken.

Oplossing 2 Jeugdigen (16- en 17 jarigen) werken niet met of bij zeer schadelijke stoffen
Bronaanpak (substitutie)

Mensen die jonger zijn dan 18 jaar (bijvoorbeeld als er sprake is van vakantiewerk, stages of leerwerk-overeenkomsten) mogen niet werken met of in de nabijheid van de hieronder genoemde schadelijke producten, stoffen en situaties:

  1. Producten die één van de volgende zinnen hebben:
    a. H300 Dodelijk bij inslikken.
    b.H301 Giftig bij inslikken.
    c. H310 Dodelijk bij contact met de huid.
    d. H311 Giftig bij contact met de huid.
    e. H317 Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
    f. H330 Dodelijk bij inademing.
    g. H331 Giftig bij inademing.
    h. H334 Kan bij inademing allergie- of astmasymptomen of ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken.
    i. H340 Kan genetische schade veroorzaken.
    j. H341 Verdacht van het veroorzaken van genetische schade.
    k. H350 Kan kanker veroorzaken.
    l. H351 Verdacht van het veroorzaken van kanker.
    m. H360 Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden.
    n. H361 Kan mogelijk de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden.
    o. H362 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding.
    p. H370 Veroorzaakt schade aan organen.
    q. H371 Kan schade aan organen veroorzaken.
    r. H372 Veroorzaakt schade aan organen bij langdurige of herhaalde blootstelling.
    s. H373 Kan schade aan organen veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling.
  2. Stoffen of dampen die vrijkomen tijdens het werk die dezelfde effecten kunnen veroorzaken als genoemd onder 1. 
    Voor de effecten genoemd onder 1i, 1k, 1m, 1n en 1o gaat het om de processen/stoffen die opgenomen zijn in de lijst van CMR-stoffen en processen van het ministerie van SZW. 
    Voor dakdekkers gaat het in ieder geval om respirabel kwartsstof (zie 3), dieselmotoremissie (zie 4) en PAK’s (zie 5).
  3. Respirabel kwartsstof, waaronder in ieder geval de volgende activiteiten vallen:
    a. Boren, slijpen of schuren van uitgehard beton
    b. Verplaatsen van grind
    c. Slijpen van tegels
  4. Uitlaatgassen van dieselaangedreven materieel, waaronder:
    a. Bussen die inpandig worden geparkeerd
    b. Heftruck
    c. Vrachtwagens
    d. Grote generatoren
  5. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s) die vrij kunnen komen bij het verwijderen van oude teermastieklagen

Alle mensen in de organisatie die jeugdigen onder 18 jaar aannemen of begeleiden kennen bovenstaande vereisten, doordat zij hierover aantoonbaar voorlichting hebben gekregen.

Toelichting

Purschuim-spuitbussen, coatings en twee componentenproducten zijn producten die regelmatig één van de H-zinnen bevatten waarmee jeugdigen onder 18 jaar niet mogen werken.

Jeugdigen onder 18 jaar mogen niet zelf werken met deze stoffen, maar ook niet blootgesteld worden aan stoffen met deze eigenschappen. Ze mogen dus ook niet werken in een omgeving werken waar met deze producten gewerkt wordt, of bijvoorbeeld respirabel kwartsstof vrijkomt.

Er is een uitzondering voor jeugdigen onder de 18 jaar die tijdens een opleiding blootgesteld wordt aan deze stoffen. Tot op heden geeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat deze uitzondering alleen geldt in het schoolgebouw. Stages en begeleid werken op het bedrijf of op locatie vallen niet onder die uitzonderingsregel. Momenteel is hier discussie over, maar de uitkomst van deze discussie is nog niet bekend.

Oplossing 3 Verwijder stof van de vloer met een industriële stofzuiger
Collectieve maatregel (technisch)

Op vaste werkplaatsen en op locatie wordt voor het schoonmaken van de vloer gebruik gemaakt van een industriële stofzuiger die voorzien is van minimaal M-filters, stofopvang met een gesloten zak en een licht- of geluidsignaal dat waarschuwt wanneer de afzuigcapaciteit te laag is.

Als de stofzak van een industriële stofzuiger eerst wordt afgesloten (bijvoorbeeld met een tie wrap) en dan pas wordt vervangen, komt er nauwelijks stof vrij. Dit is een beter systeem dan een stofzuiger waarvan de opvangbak wordt leeggegooid of waarbij de stofzak open is bij het wisselen. 
Bij aanschaf van een nieuwe industriële stofzuiger wordt daarom gekozen voor een type waarbij de volle stofzak eerst wordt afgesloten voordat deze wordt vervangen.

Toelichting:
Schoonmaken met een industriële stofzuiger geeft veel minder blootstelling dan een bezem of perslucht. Een M-filter in een industriële stofzuiger heeft een filtereffectiviteit van 99,9%. Kies voor een stofzuiger met minimaal een M-filter. Omdat de stofzuiger vaak aangesloten wordt op handgereedschap (zie Opl_04) kan het beter zijn om direct voor een H-filter te kiezen.

Bij het legen van de opvangbak of vervangen van de stofzak kan stofblootstelling plaatsvinden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een gesloten zak (eerst dichtknopen, dan vervangen) is er nauwelijks stofblootstelling. Een stofzuiger met een gesloten stofopvangzak heeft daarom de voorkeur.

De werking van een stofzuiger neemt af als de stofopvangzak of bak te vol wordt. Het is daarom belangrijk om deze tijdig te legen en het filter tijdig te vervangen. Er zijn stofzuigers die door een licht- of geluidsignaal waarschuwen als de afzuigcapaciteit te laag wordt (door een volle zak of vol filter).

Meer informatie over stofzuigers is te vinden op de website van TNO.

Gebruik ademhalingsbescherming tijdens het vervangen van de stofzak of legen van de bak. Het filter moet een P3 filter zijn. Het masker is minimaal een goed aansluitend halfgelaatsmasker.

Oplossing 4 Voorzie stof producerende machines of gereedschap van afzuiging of watertoevoer
Collectieve maatregel (technisch)

Bij dakdekkers kan stof vrijkomen bij het gebruik van machines of gereedschap. Het kan onder andere gaan om houtstof of respirabel kwartsstof bij het gebruik van boormachines, cirkelzagen, decoupeerzagen en haakse slijpers. Deze machines en gereedschappen worden aangesloten op een industriële stofzuiger of op watertoevoer.

De industriële stofzuiger die aangesloten wordt op gereedschap of machines, moet voorzien zijn van H-filters, stofopvang met een gesloten zak en een licht- of geluidsignaal dat waarschuwt wanneer de afzuigcapaciteit te laag is. Zie voor verdere eisen oplossing 03.

De blootstelling aan gevaarlijke stoffen moet ook bij gebruik van afzuiging of watertoevoer beoordeeld worden als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie.

Toelichting
De combinatie tussen gereedschap en stofzuiger moet terug te vinden zijn op Home - TNO Stofvrij werken. Hier is af te lezen hoeveel uur per dag deze combinatie gebruikt mag worden. 
Als de combinatie gereedschap – stofzuiger niet op de website stofvrijwerken staat, moet op een andere manier aangetoond worden dat de blootstelling voldoende is teruggedrongen (bijvoorbeeld door metingen).

Wanneer stof vrij kan komen dat kwarts (werkzaamheden met beton, grind et cetera) bevat, dan mogen medewerkers jonger dan 18 hierbij niet aanwezig zijn (bijvoorbeeld bij vakantiewerk, stages of leerwerk-overeenkomsten).

Telescoop Tule Systeem

Afbeelding. Een voorbeeld van een systeem waarbij boorstof achterblijft in de schacht (het Telescoop Tule systeem)

Oplossing 5 Monteren materialen met een stofvrij systeem
Collectieve maatregel (technisch)

Bij het monteren van materialen (isolatie en dakbedekking) op een betonnen dak kan respirabel kwartsstof vrijkomen. Gebruik een systeem waarbij het boorstof achterblijft in de schacht van het isolatiemateriaal.

Oplossing 6 Zorg voor goede sanitaire voorzieningen
Collectieve maatregel (technisch)

Op locatie zijn goede sanitaire voorzieningen aanwezig. Dit houdt in minimaal een wasbak met stromend water, een toilet, een schone plek om te eten en omkleedvoorzieningen.
Zorg voor reinigingsproducten die de huid niet beschadigen.

Toelichting
Deze eisen staan in het Arbobesluit artikel 3.23 en 3.24. De eisen zijn concreet en zijn daarom niet nader uitgewerkt in deze arbocatalogus, maar één op één overgenomen. 

De werkgever moet deze sanitaire voorzieningen regelen in de nabijheid van de werklocatie. Dit kan door deze zelf te plaatsen, of door afspraken te maken met de hoofdaannemer, met bewoners of bedrijven die in de buurt van de bouwlocatie gevestigd zijn.

Oplossing 7 Zorg voor goede persoonlijke hygiëne
Individuele maatregel (organisatorisch)

Verstrek voldoende, werkkleding, zodat elke dag schone kleding aangedaan kan worden. Zorg dat de werkkleding huidbedekkend is (geen korte broeken).

Op de werkplek gelden de volgende regels rondom persoonlijke hygiëne:

  • Werk met bedekte huid. Dus geen ontbloot bovenlijf en korte broeken.
  • Niet eten, drinken en/of roken op de werkplek.
  • Voor eten, drinken en/of roken handen en gezicht goed afspoelen en daarna wassen.
  • Voor de terugreis handen en gezicht goed afspoelen en daarna wassen.
  • Verwissel de vieze werkkleding door schone kleding voordat de reis naar huis of naar de volgende werkplek wordt begonnen. Vieze kleding afgesloten meenemen, zodat de cabine niet vies wordt.
  • Trek elke dag schone kleding aan.
  • Hou dagelijkse kleding en werkkleding gescheiden.

Geef voorlichting over deze regels. Zorg dat mensen zich aan deze regels kunnen houden (voldoende voorzieningen, kleding, et cetera.). Spreek mensen aan als blijkt dat zij zich niet aan de regels houden.

Oplossing 8 Beperk de aanwezigheid van dieselaangedreven materieel
bronaanpak (substitutie) en collectief (technisch)

Dieselmotoremissie kan kanker veroorzaken (C = carcinogeen). Daarom moet diesel als krachtbron vermeden worden bij alle soorten materieel (aggregaten, bestel- en vrachtwagens, heftrucks, kranen, hoogwerkers, Bobcats, ladderliften).
Maak een vervangingsplan met termijnen. Houd bij de keuze van alternatieven onderstaande voorwaarden en volgorde aan.

  • Tot een lastcapaciteit van 8 ton hebben alle heftrucks een aandrijving op elektriciteit, LPG, waterstof of aardgas.
  • Als gebruik gemaakt wordt van een LPG-aangedreven heftruck, dan moet deze voorzien zijn van een katalysator.
  • Dieselaangedreven materieel (bobcat, aggregaat, bestelwagens, hoogwerkers et cetera) wordt vervangen door (in volgorde van voorkeur):
  1. Elektrisch aangedreven materieel.
  2. LPG-, waterstof- of aardgasaangedreven materieel (LPG met een katalysator).
  3. Materieel met een emissie arme motor (hoger dan Euro6 of Stage5).
    Let op: voor dieselaangedreven apparatuur Stage5 en een vermogen kleiner dan 19 kW of groter dan 560 kW is een aanvullend (retrofit) roetfilter vereist met een minimale uitstootreductie van 95%.
    Als deze vervanging technisch niet mogelijk is, wordt schriftelijk vastgelegd wat daarvan de reden is. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de handreiking van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
  • Als vervanging niet mogelijk is, wordt diesel-aangedreven materieel zo mogelijk voorzien van een (retrofit) roetfilter met een minimale uitstootreductie van 95%. Het filter moet voorzien zijn van een alarmfunctie die aangeeft dat het filter vol is.
  • Als (retrofit) filters niet mogelijk zijn, wordt gebruik gemaakt van opsteekfilters met een minimale effectiviteit van 95%.
  • Als vervanging of bovengenoemde maatregelen niet mogelijk zijn, dan moet een blootstellingsbeoordeling worden uitgevoerd om de hoogte van de blootstelling te bepalen en om vast te stellen welke aanvullende maatregelen nodig zijn.
  • Werkzaamheden met diesel-aangedreven materieel worden niet uitgevoerd door of in nabijheid van mensen die jonger zijn dan 18 jaar (bijvoorbeeld bij vakantiewerk, stages of leerwerk-overeenkomsten).

Toelichting:
Blootstelling aan de uitlaatgassen van dieselaangedreven materieel of gereedschap wordt dieselmotoremissie (DME) genoemd. Deze blootstelling kan kanker veroorzaken (long- en blaaskanker), maar ook andere ernstige (lange termijn) luchtwegklachten veroorzaken.
Om deze reden zijn strenge eisen gesteld aan materieel en gereedschap waarbij DME vrijkomt.
Als het technisch mogelijk is, dan moet een dieselaangedreven arbeidsmiddel vervangen worden door een schone vorm van aandrijving.
Met technisch mogelijk wordt onder andere bedoeld dat het arbeidsmiddel te koop moet zijn en dat het toepasbaar is in een bepaalde werksituatie.

Bijgehouden moet worden welke werknemers blootgesteld zijn aan DME, wat gedaan is om de blootstelling te beperken en hoe hoog de blootstelling was. Werknemers hebben recht op inzage in deze gegevens. Bovendien moeten de lijsten met namen van werknemers en de hoogte van de blootstelling minimaal 40 jaar tot na de laatste blootstelling bewaard blijven. In de praktijk betekent dit dat de gegevens 40 jaar na uit diensttreding bewaard moeten blijven.

Oplossing 9 Beperk stofvorming bij opbrengen van dakgrind
Bron, collectief (technisch), individueel en PBM

Bij het opbrengen van dakgrind vindt blootstelling plaats aan respirabel kwartsstof. Dit is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geclassificeerd als kankerverwekkend (C = carcinogeen). 
Waar mogelijk wordt het gebruik van ballastlagen voorkomen door geen dakgrind toe te passen, maar mechanisch te bevestigen (let op oplossing 4 en 5) of gebruik te maken van een gekleefd dakbedekkingssysteem (let op oplossing 1). Als dit technisch niet mogelijk is in een bepaalde situatie, wordt schriftelijk vastgelegd wat daarvan de reden is. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de handreiking van de Nederlandse Arbeidsinspectie. 

Als het gebruik van dakgrind onvermijdelijk is, worden de volgende maatregelen in ieder geval genomen om blootstelling te beperken:

  • Grind wordt machinaal opgebracht.
  • Het grind wordt voor en tijdens de werkzaamheden vochtig gemaakt en gehouden.
  • Het werk wordt zo mogelijk uitgevoerd bij regenachtige weersomstandigheden.
  • Werk zo mogelijk van de wind af (stof wordt niet naar de mensen toe geblazen).
  • Er wordt minimaal gebruik gemaakt van een halfgelaatsmasker met een P3 filter. Bij warmte en/of fysiek zwaar werk heeft een aangeblazen masker/kap met een P3 filter de voorkeur.
  • Werkzaamheden met grind worden niet uitgevoerd door of in nabijheid van mensen die jonger zijn dan 18 jaar (bijvoorbeeld bij vakantiewerk, stages of leerwerk-overeenkomsten).

Het uitvoeren van een blootstellingsbeoordeling als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie is noodzakelijk om de hoogte van de blootstelling te bepalen en om vast te stellen of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Toelichting:
Dakgrind komt van oorsprong uit de zuidelijk Rijn (Bovenrijn). Ander grind is niet toepasbaar als ballastlaag op daken. Er wordt alleen dakgrind toegepast van tenminste klasse 16/32 (fijner mag niet om technische redenen). Maar de kleine fracties, waaronder respirabel kwartstof, zijn altijd aanwezig. Stofblootstelling vindt plaats tijdens bewerking, transport en aanbrengen. 

De branche heeft in 2015 enkele persoonsgebonden metingen uitgevoerd naar de blootstelling aan respirabel kwartsstof tijdens het blazen van grind. Er is gemeten tijdens het opbrengen van grind op drie locaties. De blootstelling tijdens die taak overschreed in twee van de drie gevallen de grenswaarde van 0,075 mg/m3. In het derde geval lag de blootstelling op 90% van de grenswaarde.
Dit houdt in dat alle hierboven genoemde maatregelen nodig zijn om de blootstelling zo ver mogelijk onder de grenswaarde terug te dringen.

Bijgehouden moet worden welke werknemers blootgesteld zijn aan respirabel kwartsstof, wat gedaan is om de blootstelling te beperken en hoe hoog de blootstelling was. Werknemers hebben recht op inzage in deze gegevens. Bovendien moeten de lijsten met namen van werknemers en de hoogte van de blootstelling minimaal 40 jaar tot na de laatste blootstelling bewaard blijven. In de praktijk betekent dit dat de gegevens 40 jaar na uitdiensttreding bewaard moeten blijven.

Oplossing 10 Beperk blootstelling aan PAK's bij verwijderen van teerhoudende materialen
collectief (technisch), individueel en PBM

Oude daken kunnen teerhoudende materialen bevatten (teermastiek). Bij het verwijderen van de daken kan blootstelling plaatsvinden aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Dit is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geclassificeerd als kankerverwekkend (C = carcinogeen). Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) classificeert PAK’s als kankerverwekkend, mutageen en schadelijk voor de voortplanting (C, M en R).
De volgende maatregelen worden in ieder geval (allemaal) genomen om blootstelling te beperken:

  • Er wordt geen gebruik gemaakt van een bezem. In plaats hiervan wordt een industriële stofzuiger gebruikt (zie ook Opl_03 en 04).
  • Er zijn alleen mensen aanwezig die hier strikt genomen moeten zijn voor het verwijderen van de daklagen.
  • De werktijd op een dag wordt beperkt (maximaal 4 uur sloopwerk).
  • Medewerkers dragen een wegwerppak dat in ieder geval romp, armen, benen bedekt en dat bestand is tegen penetratie van vaste deeltjes (zwevend stof), zoals beschermende kleding die voldoet aan NEN-EN-ISO 13982-1:2004, type 5 kleding. Het pak wordt vervangen in elke pauze of eerder als het kapot is. Gebruikte pakken worden in een gesloten vuilniszak afgevoerd.
  • Er wordt gewerkt met handschoenen (normale werkhandschoenen) en deze worden elke pauze vervangen of eerder als ze kapot zijn. Ook deze handschoenen worden in een gesloten vuilniszak afgevoerd.
  • Er zijn goede sanitaire voorzieningenaanwezig (warm, stromend water, omkleedvoorzieningen, toilet).
  • Medewerkers kleden zich om en wassen zich voordat men in de auto stapt.
  • Medewerkers wassen de handen en het hoofd voor eten, drinken en/of roken.
  • Niet eten, drinken en/of roken op de werkplek.
  • Na het verwijderen van de oude teermastiek, wordt de eerste nieuwe waterdichte laag aangebracht zonder verhitten van het met bitumen doordrenkte beton.
  • Er wordt gebruik gemaakt van aangeblazen ademhalingsbeschermingsmiddelen met een filter tegen damp en deeltjes (A2P3). Deze ademhalingsbescherming is persoonsgebonden, wordt na gebruik schoongemaakt met een water en doek, het filter wordt na een dag vervangen en het masker wordt in een goed gesloten, schone bus of zak bewaard tot het volgende gebruik.
  • Er wordt zo vroeg mogelijk begonnen met het werk, om inbranden van de zon en hittebelasting te minimaliseren.
  • Het verwijderen van teerhoudende daklagen wordt niet uitgevoerd door of in nabijheid van:
    • Mensen die jonger zijn dan 18 jaar (bijvoorbeeld bij vakantiewerk, stages of leerwerk-overeenkomsten).
    • Mensen die zwanger zijn.
    • Mensen die borstvoeding geven.

Wanneer een andere partij dit werk uitvoert in opdracht van een dakdekkersbedrijf, dan zorgt het dakdekkersbedrijf ervoor dat gewerkt wordt conform de arbocatalogus, door:

  • De uitvoerende partij schriftelijk te wijzen op deze afspraken.
  • Afspraken hierover vast te leggen in het contract voor de opdracht.
  • Bij bezoek aan de bouwplaats na te gaan of de afspraken worden nageleefd en de uitvoerende partij hier zonodig op aan te spreken.

Het uitvoeren van een blootstellingsbeoordeling als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie is noodzakelijk om de hoogte van de blootstelling te bepalen en om vast te stellen of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Toelichting:
In 2019 en in 2020 heeft de branche metingen laten uitvoeren naar de blootstelling aan Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s) bij het verwijderen van teermastiek daklagen op respectievelijk een betonnen dak (2019) en een houten dak (2020). De blootstelling lag vele malen hoger dan de grenswaarde (marker Benzo(a)Pyreen 550 ng/m3). Zowel stofvormige als dampvormige blootstelling was relevant. Daarnaast was er zichtbare verontreiniging van de huid en is opname door de huid ook mogelijk. Om die reden zijn alle hierboven genoemde maatregelen noodzakelijk.
Bijgehouden moet worden welke werknemers blootgesteld zijn aan PAK’s, wat gedaan is om de blootstelling te beperken en hoe hoog de blootstelling was. Werknemers hebben recht op inzage in deze gegevens. Bovendien moeten de lijsten met namen van werknemers en de hoogte van de blootstelling minimaal 40 jaar tot na de laatste blootstelling bewaard blijven. In de praktijk betekent dit dat de gegevens 40 jaar na uit diensttreding bewaard moeten blijven.

Gevaarlijke stoffen

Artikel Arbobesluit Activiteit Oplossingen Arbocatalogus Niveau

Art 4.1c lid 1a

Art 4.17

Werkzaamheden met gevaarlijke producten die voorzien zijn van een etiket Opl_01 Kies het minst schadelijke product Bronaanpak (substitutie)

Art 4.105 lid 1

Werkzaamheden met gevaarlijke producten en emissies Opl_02 Jongeren werken niet met of bij zeer schadelijke stoffen Bronaanpak (substitutie)
Art. 4.1c lid 1a en b Schoonmaken van de vloer van werkplaatsen en op locatie Opl_03 Verwijder stof van de vloer met een industriële stofzuiger Collectief (technisch)
Art. 4.1c lid 1a en b

 
Stofvormende werkzaamheden met gereedschap of machines Opl_04 Voorzie stof producerende machines of gereedschap van afzuiging of watertoevoer Collectief (technisch)
Art. 4.1c lid 1a Bevestigen materialen op betonnen daken Opl_05 Monteren materialen met een stofvrij systeem Collectief (technisch)
Niet ter toetsing Werken op locatie Opl_06 Zorg voor goede sanitaire voorzieningen  
Art. 4.1c lid h en l Goede hygiëne op locatie Opl_07 Zorg voor goede persoonlijke hygiëne

Collectief (technisch)

Individueel (organisatorisch)

Art. 4.1c lid 1a en b

Art. 4.17

Art. 4.105 lid 1

Gebruik dieselaangedreven materieel Opl_08 Beperk de aanwezigheid van dieselaangedreven materieel Bronaanpak (substitutie) en collectief (technisch)

Art. 4.1c lid 1a 

Art. 4.105 lid 1
Art. 4.17

 

Opbrengen van dakgrind door blazen of kubelen Opl_09 Beperk stofvorming bij opbrengen van dakgrind door blazen of kubelen

Bron

Collectief (technisch), individueel en PBM

Art. 4.1c lid 1a, b, d, e, f, h, l
Art. 4.18 lid 2, 3

Art. 4.105 lid 1
Art. 4.108

Verwijderen teerhoudende daklagen Opl_10 Beperk blootstelling aan PAK’s bij het verwijderen van teerhoudende materialen Collectief (technisch), individueel en PBM

 

Gevaarlijke stoffen

CAO BIKUDAK

ARTIKEL 14  ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN

4. De werkgever is verplicht de onderstaande persoonlijke beschermingsmiddelen en collectieve- en/of individuele valbeveiligingsmiddelen aan de bij hem in dienst zijnde werknemer ter beschikking te stellen:
- gehoorbescherming (bijvoorbeeld otoplastieken);
- adembescherming (bijvoorbeeld een gezichtsmasker of stofkap);
- veiligheidsschoenen;
- werkhandschoenen;
- hekwerk;
- harnas met toebehoren;
- zonnebril met UV-bescherming;
- (zonne)pet met nekflap ter bescherming tegen UV-straling;
- UV-beschermende werkkleding;
- zonnebrand.

5. Het slopen, bewerken en verwerken van asbest is verboden. Van dit verbod zijn bedrijven uitgesloten, die voldoen aan de wettelijke eisen voor asbestsloop, zoals gesteld bij of krachtens het Asbestverwijderingsbesluit 2005.