Daglicht en verlichting
Lichtstraat
In de winter zijn de dagen korter dan in de zomer. Dat kan aan het begin en het einde van de werkdag tot onveilige situaties leiden.
Arbeidsplaatsen en verbindingswegen zijn zodanig verlicht dat het aanwezige licht geen risico oplevert voor de veiligheid en gezondheid van werknemers.
In gebouwen geldt dat werkplekken en gangen voldoende verlicht moeten zijn. Op werkplekken moet indien mogelijk voldoende daglicht binnenkomen. De verlichting moet veilig zijn zodat gevaar voor ongevallen wordt voorkomen. In werkvertrekken waar direct zonlicht binnenvalt, moet zonlicht geweerd kunnen worden.
Daglicht en verlichting
Getoetst door Nederlandse Arbeidsinspectie augustus 2025
Verlichting op de werkplek
Oplossing 1 Zicht op locaties
Collectief
Deze oplossing is in december 2025 getoetst door de Nederlandse Arbeidsinspectie en is integraal onderdeel van het risico Valgevaar.
Bij werkzaamheden op locatie wordt gezorgd voor voldoende verlichting op het buitenterrein, de werkplek, paden, gangen en trappen. Het verlichtingsniveau moet minimaal zo hoog zijn als in onderstaande tabel. Voer een risicobeoordeling uit (RI&E, TRA, LMRA) om te beoordelen of een hoger niveau noodzakelijk is.
| Locatie | Minimale verlichtingssterkte (lux) |
| Het buitenterrein | 100 |
| Gangen | 100 |
| Trappen | 150 |
| Werkplekken | 500 |
Bij werkzaamheden op locatie wordt het daglicht zo nodig aangevuld met:
- Vaste verlichting (reeds aanwezig, of alvast geplaatst).
- Tijdelijke verlichting op een accu of aggregaat.
Toelichting:
Als er op het dak gewerkt wordt en daglicht is onvoldoende, dan wordt bovenstaande oplossing toegepast. Individuele verlichting wordt niet gebruikt als op het dak gewerkt wordt. Snoeren en kabels zijn zodanig weggewerkt dat zij geen struikel- en valgevaar vormen.
De verlichtingseenheid lux geeft weer hoeveel licht er op een oppervlakte valt. Er zijn meetinstrumenten om precies vast te stellen hoeveel lux er in een bepaalde situatie is. Om gevoel te krijgen van hoeveel een bepaald aantal lux nu eigenlijk is, zijn in onderstaande tabel enkele voorbeelden opgenomen.
| Situatie | Aantal lux (doorgaans in die situatie) |
| Buiten in direct zonlicht | > 30.000 |
| Buiten op een bewolkte dag | 1.000 |
| Goed verlicht kantoor | 500 |
| Zonsondergang en zonsopgang | 400 |
| In een lift | 100 |
| Maanlicht bij volle maan | <1 |
| Nacht zonder maan | <0,01 |
Rechtstreekse wetgeving en dus geen doelvoorschrift en daarom niet toetsbaar (want al verplicht om na te volgen)
- Arbeidsplaatsen en verbindingswegen zijn zodanig verlicht, dat het aanwezige licht geen risico oplevert voor de veiligheid en gezondheid van werknemers.
- Op arbeidsplaatsen komt, voor zover mogelijk, voldoende daglicht binnen en zijn voldoende voorzieningen voor kunstverlichting aanwezig.
- De voorzieningen voor kunstverlichting zijn zodanig aangebracht dat gevaar voor ongevallen is voorkomen.
- De voor kunstlicht gebruikte kleur mag de waarneming van de veiligheids- en gezondheidssignalering, bepaald bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8, niet wijzigen of beïnvloeden.
- In een besloten ruimte waar arbeid wordt verricht kan rechtstreeks invallend zonlicht worden geweerd.
- Arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van het kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld, zijn voorzien van adequate noodverlichting. Indien noodverlichting niet mogelijk is, beschikken de werknemers over individuele verlichting.
- Vluchtwegen en nooduitgangen zijn vrij van obstakels.
- Nooduitgangen kunnen te allen tijde worden geopend.
- Deuren van nooduitgangen en deuren op het traject van de vluchtwegen zijn op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe te openen.
- Schuif- en draaideuren worden niet als nooduitgang gebruikt.
- De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting.
- De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde.
Daglicht en verlichting
Arbobesluit: Artikel 6.3 Daglicht en kunstlicht
Arbobesluit: Artikel 6.4 Weren van zonlicht
Arbobesluit: Artikel 3.7. Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen en afdeling 2 van hoofdstuk 8
Arbobesluit: Artikel 3.9. Noodverlichting
Daglicht en verlichting
Hoge temperatuur op het dak
CAO BIKUDAK
ARTIKEL 8 ARBEIDSDUUR EN ARBEIDSTIJDEN, LID 2
c. De normale arbeidstijden liggen van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 18.30 uur. De dagelijkse arbeids- en rusttijden worden door de werkgever, na redelijk overleg met en met instemming van een representatief deel van de werknemers in zijn onderneming respectievelijk op het werkobject, vastgesteld.
d. Bij een verwachte buitentemperatuur van 25 graden Celsius of hoger kan de werkgever een tropenrooster instellen. De normale arbeidstijd begint dan om 05.30 uur.